Zo ontstond het stuifduinlandschap van ,, De Witte Bergen waar vanaf begin 1900 een natuurlijk bos is ontstaan, op enkele plekken heeft beplanting plaats gevonden.
Het Vledder is voor een groot gedeelte een laagveen gebied, waar in de eerste helft van de vorige eeuw
turf werd getrokken. De winning van baggerturf ging als volgt, het laagveen, was vaak bedekt met een zandlaag, dit zand werd verwijderd en het blootgelegde veen werd in een mengbak gestort. Vervolgens werd er water bijgevoegd en werd het met speciale klomplaarzen aan, tot een papperige massa gestampt, vervolgens werd het mengsel vanuit de mengbak op een daarnaast vlak stuk grond uitgesmeerd in een laag van 10 cm. Dan werd het in repen van 10-en (dwarsover) 20 cm. gestoken. Na ongeveer een maand werd de turf opgebroken en werd de ene rij op de ander gelegd, dit proces vervolgde met het geregeld omzetten van de turf, totdat ze in de herfst droog was en ze kon worden opgehaald. Twee nu nog aanwezige trekgaten herinneren nog aan deze manier van turfwinning. Het was
Jan ter Haar die dat voor die tijd groots aanpakte, hij huurde een deel van het trekgat van de fam. Carsten, nam arbeiders aan die de turf wonnen en later met een praam vervoerden naar zijn
turfschuur, die gestaan heeft waar de Streitenvaart het ter Haarsweggetje kruist. Vanuit die schuur werd de turf voor eigen gebruik gehaald en de rest werd verkocht en via de Reest naar elders vervoerd.